6 - Oud-Kraggenburg: havenhoofd aan het Zwarte Water

Oud-Kraggenburg wordt wel het mooiste plekje van de Noordoostpolder genoemd. Het was er al toen de Noordoostpolder nog Zuiderzee was. En het is een plek met een bijzondere en unieke geschiedenis. In Kraggenburg en omgeving zien veel bewoners deze plek als het paradijs in de polder.

Tussen Kraggenbrug en de Kadoelersluis staat op een met basaltblokken versterkte heuvel de Lichtwachterswoning van Oud-Kraggenburg die voor de inpoldering aan de monding van het Zwarte Water stond.

Oud-Kraggenburg ligt als een eiland in het land, hoog verheven boven de akkers en het fietspad en ver verwijderd van de doorgaande wegen. De basaltdijken rond de terp vormen een beschermende vesting rondom het schilderachtige huis met zijn witte topgevel en groene luiken. Wie vanuit het (noord)westen aan komt fietsen ziet op de rand van het dak een gietijzeren klok die ooit dienst gedaan heeft als mistbel. De vuurtoren die bovenop het huis staat, is met zijn rode dak van verre zichtbaar. Binnenshuis is de waterput in een van de kamers een uitzonderlijk detail in het interieur. Als je vanaf dit punt in het huis door het raam naar buiten kijkt, heb je zicht op een waterput in de tuin. De twee putten staan als communicerende vaten met elkaar in verbinding. Staande op de terp blijf je je verbazen over de weidsheid van het uitzicht.

Elk jaar en elk seizoen vormen de akkers in de omgeving een steeds veranderend landschap, dat zich als een kleurrijke lappendeken aan de voet van Oud-Kraggenburg vlijt.

Wind

Als er wind is, waait het hier zeker. Stormen slaan deze plek nooit over. Wolkenformaties en buien zie je van verre aankomen en weer voorbij jagen. Zonsop- en zonsondergangen gaan niet onopgemerkt voorbij. ’s Nachts kan het er aardedonker zijn en is de stralende sterrenhemel kraakhelder te zien. Het geluid van de wind, van de vogels en van de stilte zijn er bijna altijd aanwezig, want gemotoriseerd verkeer komt er niet langs. Alleen het geluid van activiteiten van de boeren die op hun akkers aan het werk zijn, kan de rust soms, maar nooit langdurig, verstoren. Op zomerse dagen fietsen veel mensen de route die langs Oud-Kraggenburg voert. Dan horen de bewoners die achter de basaltdijk op het terras van de zon genieten regelmatig de verwonderde uitroep: ‘Moet je kijken, wat mooi! Wonen hier mensen? Wat is dit, joh?´

Oud-Kraggenburg

Ja, wat is Oud-Kraggenburg eigenlijk? Oud-Kraggenburg is een voormalig (schier-)eilandje in de Zuiderzee, met een lichtwachterswoning. Een huis met een lichtopstand of vuurtoren, gebouwd op een terp. Aan de voet van die terp een kleine binnenhaven, ook wel vluchthaven genoemd, waar ooit zeilschepen en stoomboten konden schuilen bij mist en storm.

Urk en Schokland zijn ook voormalige eilanden in de Zuiderzee, maar het meest bijzondere en unieke aan Oud-Kraggenburg is het feit dat het een kunstmatig aangelegd eiland is met een heel eigen ontstaansgeschiedenis. Die geschiedenis begint rond 1840 in Zwolle bij de Zwolse Diepmaatschappij. Zwolle had de ambitie om de derde zeehaven van Nederland te worden. Daarvoor was het nodig dat het Zwarte Water en het Zwolse Diep, die voor Zwolle de verbinding met de Zuiderzee vormden, goed bevaarbaar zouden worden voor grotere schepen met meer diepgang.

Door het aanleggen van lange leidammen langs de geul zouden deze zeeschepen met ongebroken lading, zonder gedeeltelijke lossing bij Schokland, door kunnen varen naar de haven in Zwolle. De baten zouden zowel komen van tolheffing als uit de verwachte landwinning tussen de Zuiderleidam en het vaste land boven Genemuiden.

Nieuwe techniek

Onder leiding van ingenieur B.P.G. van Diggelen werd bij deze ‘dijkaanleg’ een nieuwe techniek toegepast, die uniek was in de waterstaatgeschiedenis. Als onderlaag voor de aan te leggen dammen werden zogenaamde kraggen gebruikt, die aangevoerd werden uit de veenplassen in Noord-Overijssel. Doordat deze nieuwe techniek ook tijd- en kostenbesparend was, stelde Van Diggelen voor om van het resterende bedrag op de begroting op het verre einde van de zuidelijke leidam een havenmeesterswoning te bouwen met een haven voor ongeveer zeventig schepen. Dit zou de concurrentiepositie van Zwolle ten opzichte van Kampen kunnen versterken. En zo geschiedde.

Stoomboten passeren Kraggenburg (zichtbaar op de achtergrond), 1920.

In 1848 was het havencomplex, dat de naam Kraggenburg kreeg, gereed. De -toen nog houten- havenmeesterswoning was hiervan slechts een klein onderdeel. De lichtopstand met het witte licht dat aangaf waar de schepen de leidammen binnen konden varen, zat aan een acht meter lange lantaarnpaal op lichtopstand naast het huis. Wanneer de leidammen door het hoge water onder water stonden, ontstak de havenmeester een rood licht op het dak van het huis. In geval van mist was het extra gevaarlijk en werd de mistbel voortdurend geluid. Aanvankelijk was het innen van de scheepvaartgelden één van de taken van de havenmeester van Kraggenburg. Iedere schipper moest elk jaar bij de eerste keer dat hij Kraggenburg passeerde lichtgeld betalen en ditzelfde gold voor het gebruik van de haven. Bovendien moesten alle schippers die gebruik maakten van deze vaarweg - tot hun grote ongenoegen- tol betalen. Er werd tol geheven naar diepgang en niet naar scheepsgrootte. Die onvrede en conflicten hierover hebben geleid tot de oprichting van de eerste vakbond in Nederland: het Schippersverbond. Deze bond zou later uitgroeien tot de landelijke schippersvereniging Schuttevaêr, genoemd naar hun succesvolle Zwolse leidsman. Onze eerste grote parlementaire enquête handelde over deze Zwolsediepkwestie (1856).

Lichthuis en mistbel op lichtwachterswoning Oud-Kraggenburg, begin 1900.

Eenzaam en gevaarlijk

Hoe paradijselijk het wonen op Kraggenburg tegenwoordig ook mag lijken, vroeger was het er eenzaam en beslist niet zonder gevaar. Zware voor- en najaarsstormen en kruiend ijs zorgden voor levensgevaarlijke situaties, waarbij de familie die er woonde doodsangsten uitstond en soms ternauwernood op tijd door een schipper van de terp gehaald kon worden. Begin 1875 nam Rijkswaterstaat de werken van de onvermogend geworden Zwolse Diepmaatschappij over en schafte de reeds verminderde tol geheel af. Om beter bestand te zijn tegen extreme weersinvloeden is in 1877 de terp opgehoogd en werd een nieuw huis van steen gebouwd met een zinken dak. Dit nieuwe Kraggenburg kreeg door de lichtopstand op het dak het aanzien van een vuurtoren. Tot op de dag van vandaag is dat zo gebleven.

Zoals het vroeger was. Op de voorgrond de zuidelijke leidam met het jaagpad naar de vast wal, rechts heden, 2010

Verschillende families met kinderen hebben er gewoond, zonder stromend water, gas of elektriciteit. Bij laag water konden ze over de leidam naar Genemuiden lopen, maar verder waren ze volkomen op zichzelf aangewezen. In 1920 is, na de automatisering van de lichten, de laatste lichtwachter vertrokken, waarna het huis lange tijd leeg heeft gestaan. Voortaan viel het beheer onder de bakenmeester van Genemuiden. Na de drooglegging werd Oud-Kraggenburg een eiland in het land.

Rijksmonument

Met het ontstaan van het dorp Kraggenburg kreeg het lichtwachterscomplex de naam Oud-Kraggenburg. Vanaf 1943 heeft het huis opnieuw verschillende bewoners gekregen, die het aanvankelijk konden huren van de Domeinen. In 1968 is Oud-Kraggenburg een rijksmonument geworden. Uiteindelijk heeft de Domeinen het in 1971 verkocht aan de toenmalige huurder en sindsdien is het particulier eigendom.

Oud-Kraggenburg is voor de schippers een belangrijk baken in zee geweest. En al hebben de werken niet gebracht wat Zwolle ervan verwachtte en ook al is dit monument niet meer omgeven door zee, het blijft indrukwekkend om te zien waartoe Nederland met zijn waterstaatwerken in staat is geweest.